Opleiding
Zweefvliegers worden altijd weer gegrepen door het spel van langzaam omlaag
zweven en daarna weer omhoog cirkelen in opstijgende lucht. Na een poosje
vliegen voel je je één met het vliegtuig, één met de stromingen in de lucht. Het
toestel doet wat jij wilt. Vaak is het 'hard werken' om het zweefvliegtuig goed
gecentreerd in de thermiekbel omhoog te krijgen en soms is het prima
zweefvliegweer. Dan is bijna elke bel raak en kun je op zonne-energie honderden
kilometers vliegen. Honderden kilometers zonder motor. Op zo'n dag weet je één
ding zeker: 'er is geen mooiere sport dan zweefvliegen'.
Zweefvliegen is een sport met veel hoogtepunten. Stap voor stap raak je in die
wereld thuis. Steeds is er het stralende gevoel dat je een persoonlijke
prestatie verbeterd hebt en direct daarna begin je al weer te denken aan de
volgende uitdaging, beter, verder, hoger of nog sneller. Deze sport blijft voor
de beginner en de gevorderde vlieger altijd fascineren.
Je begint met de elementaire opleiding Dit is de opleiding van de eerste
start tot de eerste solovlucht. Iedereen doet de zweefvliegopleiding in
eigen tempo.
Wanneer je de eerste solovlucht gemaakt hebt begint de voortgezette opleiding
voor het zweefvliegen. De meeste zweefvliegers zijn hier het tweede jaar van hun
zweefvlieg- opleiding mee bezig.
Na het theoretische en praktische examen mag je overlandvluchten maken. Voor
veel zweefvliegers is dit het mooiste onderdeel van de sport.
Net als bij het rijbewijs moet je voor het zweefvliegbewijs (GPL) een theorie-
en een praktijkexamen doen. Dat is de internationale naam voor het
zweefvliegbewijs. Wij verzorgen veelal in de winterperiode een theoriecursus
voor het GPL. Toch zul je het meeste via zelfstudie thuis moeten bestuderen. De
theorielessen worden om-en-om met de zweefvliegclub op Volkel verzorgd.
![]()

